Een snackkomkommer is een kleine, dunschillige komkommer die je zo, zonder schillen of snijden, uit de hand eet. Hij is compacter dan een gewone komkommer (doorgaans 10 tot 15 centimeter lang), heeft een knapperige bite en een milde, frisse smaak. Dat maakt hem een ideale snack voor onderweg, in de lunchbox of als tussendoortje thuis.
Wat is het verschil met een gewone komkommer?
Een reguliere komkommer is groot, heeft soms een dikkere schil en wordt vaak in plakken of reepjes gesneden. De snackkomkommer is veel kleiner en heeft een dunnere, eetbare schil. Je bijt er gewoon in, net zoals bij een radijs of een cherrytomaat. Het zaad is kleiner en de vrucht is stevig van structuur, waardoor hij ook minder snel week wordt in een broodtrommel.
Voedingskundig zijn beide varianten vergelijkbaar. Komkommer in het algemeen bevat erg weinig calorieën en zit vol vezels en goede voedingsstoffen zoals kalium, vitamine K en antioxidanten. Omdat je een snackkomkommer met schil eet, profiteer je wel optimaal van die vezels in de schil.
Snackkomkommer zelf kweken: wat je moet weten
Snackkomkommers zijn populair om zelf te kweken, ook als je weinig ruimte hebt. Ze groeien prima in een pot of bak op het balkon, in een moestuin of in een kas. De plant is klimmend van aard, dus geef hem een stok, trellis of gaas om tegenop te groeien. Zo houd je hem compact en pluk je de vruchten makkelijk.
Zaai de zaden het liefst binnen van april tot mei, bij een temperatuur van minimaal 20 graden. Na ontkieming (meestal na 5 tot 10 dagen) poot je de plant uit als de buitentemperaturen overdag stabiel boven de 15 graden liggen, doorgaans vanaf half mei of na de ijsheiligen. Geef de plant veel water, maar laat de wortels nooit in stilstaand water staan. Voedselarme grond? Geef elke één tot twee weken een vloeibare groentebemesting.
Snackkomkommers zijn zogenoemde parthenokarpische rassen: de vruchten ontwikkelen zich zonder bevruchting door insecten. Dat is handig als je ze in een kas of op een overdekt balkon teelt, waar bijen minder makkelijk bij kunnen.
Wanneer en hoe oogsten?
De eerste vruchten zijn meestal 6 tot 8 weken na het uitplanten oogstklaar. Pluk ze als ze 10 tot 15 centimeter zijn. Laat je ze te lang hangen, dan worden ze geel, de zaadjes groot en de smaak minder fris. Regelmatig oogsten stimuleert de plant bovendien om meer vruchten aan te zetten. In een goed zomer is het dan ook niet uitzonderlijk dat je iedere twee tot drie dagen kunt plukken.
Bewaren en eten
Een snackkomkommer blijft bij kamertemperatuur een paar dagen goed, in de koelkast (bij 10 tot 12 graden) tot ongeveer een week. Zet hem niet tegen de achterwand van de koelkast: komkommer is koudegevoel en kan bij te lage temperaturen vlekkerig worden. Gewassen en in stukjes gesneden kun je hem in een afgesloten bakje maximaal twee dagen bewaren.
Als snack eet je hem puur, maar hij werkt ook goed in een salade, met hummus, in een wrap of als frisse toevoeging aan een lunchbox. Omdat hij zo weinig calorieën bevat en toch vult door de vezels, is hij een goede vervanger voor zoute chips of crackers als tussendoortje.
Wil je snackkomkommers zelf kweken? Begin dan eenvoudig met één of twee planten in een ruime pot van minstens 15 liter. Je hebt weinig nodig (zaden, potgrond, een stok) en de oogst komt verrassend snel op gang. Voor kinderen is het ook een leuk project, want de vruchten groeien zichtbaar snel en de beloning is er letterlijk om op te knabbelen.



